Zestien jonge Utrechtse onderzoekers krijgen Veni-subsidie

07 augustus 2008

De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) heeft zestien jonge Utrechtse wetenschappers een zogeheten Veni-subsidie toegekend. Wetenschappers kunnen hiermee gedurende drie jaar ideeën ontwikkelen en onderzoeken.

De subsidie bedraagt maximaal 208.000 euro per onderzoeker. In totaal kende NWO 116 beurzen toe aan jonge, recent gepromoveerde onderzoekers en gaat het om ongeveer 24 miljoen euro.

Met 16 Veni-subsidies haalt de Universiteit Utrecht 13,8% binnen. Dit is een iets kleiner aandeel dan in 2007, toen 15,7% van de toekenningen naar Utrechtse onderzoekers ging. Wel zijn bij alle verschillende faculteiten van de Universiteit Utrecht Veni-toekenningen terecht gekomen. Bij het UMC Utrecht en de faculteit Bètawetenschappen zijn er 5 Veni’s toegekend. De UvA haalt net zoals in de vorige ronde de meeste VENI’s binnen (19 toekenningen, ofwel 16,4%).
 

NWO betaalt hele bedrag

Het is voor het eerst dat er meer dan honderd onderzoekers tegelijk subsidie krijgen. NWO besloot tot dit recordaantal subsidies wegens de overweldigende hoeveelheid aanvragen (644). Dit jaar is het voor het eerst dat NWO het hele bedrag betaalt. Er is geen eigen bijdrage meer nodig van de universiteiten en instituten. De aanvragen werden beoordeeld door wetenschappers uit binnen- en buitenland. De kandidaten werden geselecteerd vanwege hun opvallend en origineel talent voor het doen van vernieuwend wetenschappelijk onderzoek. Onder de 116 winnaars zijn 46 vrouwen. Onder de 16 Utrechtse laureaten bevindt zich 7 vrouwen.
 

Vernieuwingsimpuls

De Veni-subsidie is een van de drie subsidievormen van de Vernieuwingsimpuls. De andere twee subsidies zijn de Vidi-subsidie (voor ervaren postdocs) en de Vici-subsidie (voor zeer ervaren onderzoekers). De Vernieuwingsimpuls is opgezet in samenwerking met het Ministerie van OCW, de KNAW en de universiteiten.

Bron: Universiteit Utrecht